Traumaheling in je familielijn

Traumaheling in je familielijn

Eén voor eén verlieten ze haar.

Het begon eigenlijk al in de baarmoeder, bij haar moeder. Maar daar kwam ze pas veel later achter in haar leven. Ze was er met nog twee. Al vroeg in de zwangerschap overleden haar broertje en zusje en verlieten haar.

Toen ze in het ziekenhuis ter wereld kwam, werd ze snel gescheiden van haar moeder. Ze kwam in een zaal met nog meer baby’tjes. Naast elkaar, op een rij. Uit de buurt van hun moeder. Een paar keer per dag werd ze op een kar naar haar moeder gereden. Ze mocht worden gevoed. De borstvoeding kwam nooit op gang, dus kreeg ze de fles.

Het duurde even voordat ze met haar moeder naar huis mocht. Haar moeder kreeg complicaties, waardoor ze langer in het ziekenhuis moesten blijven.

Ze leerde al heel vroeg hoe angstig en onveilig het voelde als je werd verlaten. Ze verliet haar lichaam al heel vroeg. Of misschien heeft ze haar lichaam wel nooit goed bewoond.

Een aantal jaren later kwam ze voor langere tijd in het ziekenhuis te liggen. Voor zo’n 2 maanden. Ze was nog heel jong. In die tijd mochten ouders niet bij je blijven slapen in het ziekenhuis. En weer verliet haar moeder haar.

Ze verstopte zichzelf. Ze verstopte zich in het ziekenhuis. Ze trok zich terug in haar eigen wereld. En precies datgene deed ze ook toen ze een aantal jaren later weer alleen in het ziekenhuis terecht kwam. De artsen en verpleegkundigen kregen geen contact met haar. Ze hield zich slapende, teruggetrokken in haar eigen wereld. Wel aanwezig zijn, maar toch niet helemaal. Zich onzichtbaar makend voor de buitenwereld.

Ze was best een brokkenpiloot. Vaak raakte ze gewond aan dezelfde kant van haar lichaam. Bijzonder vond ze dat, dat het altijd aan dezelfde kant was. Inmiddels weet ze dat het met haar moeder te maken heeft.

Ze heeft eens besloten om de zorg van haar moeder niet meer te vertrouwen. Haar kwetsbaarheid te verstoppen. Niet meer om hulp te vragen. Ze duwde haar moeder een groot deel van haar leven weg. Om zodanig te overleven dat ze haar angst en onveiligheid niet meer hoefde te voelen. En haar moeder zocht weinig fysiek contact, er werd weinig geknuffeld.

Dat gevoel van verlating en onveiligheid sloeg ze op in haar lichaam. Het voelde als een vreemde plek. Een plek waar je niet te lang moest verblijven, want dan zou je worden verlaten. Haar lichaam. Haar lichaam waarvan ze vooral haar hoofd voelde. Daar was het veilig. Daar creëerde ze haar eigen wereld, haar eigen verhalen. Daar zou niemand haar verlaten.

Het gevoel van onveiligheid en de angst om verlaten te worden, achtervolgde haar verder in het leven. Ook in liefdesrelaties. Ze vond het niet makkelijk om mensen fysiek aan te raken. En helemaal in het contact met mannen voelde ze onrust. Soms durfde ze zich niet te verbinden uit angst om toch weer verlaten te worden. Soms durfde ze zich niet los te maken uit angst om alleen te komen te staan.

Ze herhaalde dit patroon een groot deel van haar leven. Het patroon, die pijn vanuit de baarmoeder. Het verlies van haar broertje en zusje. Het verlaten worden door haar moeder.

Ze wilde het vroeger gaan oplossen bij haar vader en moeder. Haar vader willen redden van haar moeder. Tegen haar moeder zette ze zich af. Ze wilde haar moeder niet zien, nooit ècht zien. Want die had haar al in de baarmoeder in onveiligheid gebracht. En vanaf het moment dat ze geboren was, heeft haar moeder haar verlaten. Ze bleef met haar rug naar haar moeder toe staan.

Maar nu kon ze niet meer. Ze wilde zich veilig voelen bij zichzelf. Haar lichaam helemaal gaan bewonen. En zich openstellen, helemaal openstellen voor de liefde.

Ze voelt dat er een dieper familieverhaal onder zit. Ze weet nog niet hoe of wat. Er zijn een aantal parallellen tussen haar, haar moeder en oma. Ze heeft zo’n gevoel dat haar moeder met dezelfde onveilige energie is geboren. Haar moeder leeft ook niet echt in haar lichaam. En haar oma heeft dat vermoedelijk ook niet gedaan. Ze zag het in hun ogen. Het leven was en is er uit. Dat het veiliger is om niet te hoeven voelen en niet te hoeven aanraken. Om alles buiten de deur, buiten je lichaam te houden. Want daar is het veilig. Niet binnen in je.

Bij haar moeder ligt het “tot nu toe niet vertelde verhaal in de vrouwenlijn”. En dat blijft wat haar moeder betreft ook onverteld. Niet oprakelen wat haar moeder en haar oma diep gekwetst heeft. Het is te groot. Ze mag er nooit meer naar vragen.

Ze zocht daarom hulp om het verborgen verhaal van haar voorouders aan het licht te laten komen. Voor zichzelf. Om rust te krijgen. Om de verbinding met haar moeder te herstellen. En om vertrouwen te krijgen in zichzelf, zodat ze zichzelf kan dragen, kan liefhebben en haar lichaam volledig durft te bewonen. Om zich weer veilig te voelen. Bij zichzelf. En de vrouwen in haar voorouderlijn helemaal te omarmen.

Delen
Delen
Delen
Delen